
Patronen doorbreken | Waarom harder je best doen niet werkt
Patronen doorbreken: waarom harder je best doen niet werkt
Een patroon is een manier van denken, voelen of reageren die zich steeds opnieuw herhaalt. Vaak gaat dat zo automatisch dat je achteraf pas beseft: ik heb het weer op dezelfde manier gedaan.
Zo'n patroon is meestal niet simpelweg gedrag dat je moet afleren. Het is ooit ergens logisch voor geweest. Misschien heeft het je geholpen om met moeilijke situaties om te gaan, contact te houden of jezelf te beschermen.
Als je alleen probeert die reactie te stoppen of te veranderen, bestaat de kans dat je van jezelf het zoveelste verbeterproject maakt. En voilà: nóg een klus erbij.
Juist die strijd met jezelf kan ervoor zorgen dat je nog harder gaat werken aan iets wat in jou al zo hard werkt. Daarom vind ik een andere vraag interessanter:
Waarom doet iets in mij dit steeds opnieuw?
Daar begint patronen doorbreken voor mij. Niet bij jezelf corrigeren of een reactie zo snel mogelijk proberen weg te krijgen, maar bij herkennen wat er gebeurt en nieuwsgierig worden naar wat die reactie probeert te bereiken of te voorkomen.
Je leert er met wat meer mildheid naar kijken: is deze reactie nog nodig? En wat zou er kunnen veranderen als je er niet meer automatisch in mee hoeft?
Waarom zijn patronen zo moeilijk te doorbreken?
Je stuurt een lang bericht aan iemand via de app en krijgt een kort antwoord terug.
Oké.
Meer staat er niet. Voor je het weet ben je aan het puzzelen.
Heb ik iets verkeerd gezegd? Was mijn bericht te direct? Is ze misschien boos op me?
Je leest je eigen bericht nog eens terug. En misschien nóg een keer. Niet omdat je hebt besloten: laat ik hier eens lekker een half uur over nadenken. Het gebeurt gewoon en het is niet de eerste keer dat dit je overkomt.
Er wordt iets geraakt. Onzekerheid misschien. En bijna meteen gaat je aandacht naar jezelf: wat heb ík verkeerd gedaan?
Vervolgens ga je teruglezen, analyseren en zoeken naar wat er mis kan zijn gegaan. Misschien in de hoop dat je de onzekerheid daarmee weer kwijt kunt raken. Aan de buitenkant zie je vooral het overdenken, maar vanbinnen gebeurt er meer.
En juist daar wordt het interessant als je een patroon wilt doorbreken. Niet alleen: hoe stop ik met overdenken? Maar vooral:
Wat gebeurt er in mij waardoor ik steeds in deze reactie terechtkom?
Waarom helpt begrijpen niet altijd?
Misschien weet je op zo'n moment best dat oké ook gewoon oké kan betekenen. Er is helemaal geen bewijs dat de ander boos is of dat jij iets verkeerd hebt gedaan. Er kunnen veel redenen zijn dat iemand alleen ‘oké’ antwoordt, ook hele positieve. En toch blijft iets in jou zoeken.
Wellicht weet je precies waar een patroon vandaan komt. Je hebt erover gelezen, gesprekken gevoerd en verbanden gelegd. Je begrijpt het en toch gebeurt het weer.
Dat komt omdat een patroon niet alleen bestaat uit gedachten of gedrag dat je met je verstand kunt bijsturen. Soms wordt er in het hier en nu iets ouds geraakt. Onzekerheid bijvoorbeeld, schaamte of angst voor afwijzing.
Daar kunnen gedachten bij horen als: ik doe het niet goed. Ik moet dit oplossen. Straks wordt de ander boos, sterker nog: die is al boos, want waarom reageert zij anders zo kortaf?
Je kunt inmiddels heel goed weten dat zo'n gedachte niet klopt. Toch kan hij op zo'n moment als heel waar vóélen.
Ook je lichaam reageert mee. Misschien voel je spanning in je buik, verandert je ademhaling of merk je dat je onrustig wordt. En voordat je rustig hebt kunnen bedenken wat er eigenlijk gebeurt, zit je alweer midden in die bekende reactie.
Misschien wil je er gewoon vanaf
Als je jezelf vervolgens wéér een bericht ziet teruglezen, is het niet zo vreemd dat je denkt: dit moet stoppen. Je hebt er immers last van.
Juist dan ligt het voor de hand om er nóg harder aan te gaan werken. Beter opletten. Meer analyseren. Proberen het de volgende keer anders te doen.
Voor je het weet veroordeel je jezelf erom.
Terwijl er iets anders kan gebeuren als je niet meteen probeert het weg te krijgen, maar nieuwsgierig wordt naar wat er eigenlijk in je gebeurt en waar het vandaan komt.
Wat kun je dan wél doen?
Hoe zo'n automatische reactie eruitziet, verschilt natuurlijk per patroon. Bij overdenken ga je misschien zoeken en analyseren. Bij een ander patroon gebeurt er iets heel anders.
Je hebt bijvoorbeeld een drukke week achter de rug. Thuis ziet iemand dat je moe bent en zegt:
Laat mij dat vanavond doen. Ga jij maar zitten.
En jij zegt: Nee hoor, hoeft niet. Ik doe het wel.
Het antwoord is eruit voordat je er erg in hebt. En even later ben jij alweer bezig.
Je kunt daar natuurlijk een nieuwe opdracht van maken: ik moet beter leren om hulp aan te nemen.
Maar dan doe je eigenlijk hetzelfde als hiervoor: je probeert jezelf te corrigeren.
Dat betekent niet dat je nooit bewust iets anders hoeft te doen. Juist door nieuw gedrag te oefenen kun je ervaren dat het ook anders kan. Het verschil zit in het forceren.
In plaats van jezelf te dwingen de volgende keer ja te zeggen, kun je eerst eens teruggaan naar het moment vlak vóór dat nee hoor.
Wat gebeurde daar?
Misschien voelde je even ongemak. Of kwam er razendsnel iets op als: stel je niet aan, het gaat best of ik kan dit zelf wel.
Dát is het moment om nieuwsgierig te worden. Wat gebeurt er in jou zodra iemand iets van je wil overnemen?
Als je dat eerder gaat herkennen, ontstaat er ook ruimte om een volgende keer iets anders te proberen. Niet omdat het moet, maar omdat je meer keuze hebt.
En soms ontdek je op zo'n moment dat er niet één duidelijke reactie is. Verschillende kanten in jou kunnen tegelijkertijd iets anders willen.
Hoe kan IFS helpen bij patronen doorbreken?
Je moeder vraagt of je zondag langskomt. Je voelt meteen: eigenlijk wil ik een dag thuisblijven.
En bijna in dezelfde beweging komt er iets anders: ze is al zo vaak alleen. Dat is egoïstisch.
Nog voordat je antwoord hebt gegeven, mengt zich een volgende stem: kom op. Je moet nu toch echt eens je grens aangeven.
Drie verschillende bewegingen in een paar seconden.
Binnen Internal Family Systems kijken we naar zulke verschillende kanten in jezelf als delen. In plaats van te bepalen welk deel gelijk heeft, word je nieuwsgierig naar wat ze proberen te bereiken of te voorkomen.
Waar maakt het deel dat toch wil gaan zich bijvoorbeeld zorgen over?
Misschien ontdek je dat het bang is voor de teleurstelling van je moeder of voor het schuldgevoel dat opkomt als je thuisblijft.
Soms kom je daarbij ook iets tegen wat al veel langer pijn doet: oude angst, schaamte of verdriet. Als daar iets kan helen, hoeft een deel van jou soms ook minder hard zijn best te doen om te voorkomen dat je die pijn opnieuw voelt.
Er kan dan ruimte ontstaan tussen die verschillende stemmen. Je hoeft niet meteen mee met Ik moet gaan, maar ook niet met Ik moet nu eindelijk mijn grens aangeven.
Vanuit die ruimte kun je opnieuw kijken: wat klopt voor mij? En wat voor jou klopt, kan volgende week weer iets anders zijn dan vandaag.
Of het nu gaat om dat berichtje dat je blijft teruglezen, hulp die je automatisch afslaat of moeite om nee te zeggen tegen je moeder: het principe is hetzelfde. Je probeert niet alleen de reactie aan de buitenkant te veranderen, maar wordt nieuwsgierig naar wat er vlak daarvoor vanbinnen gebeurt.
Rust redt
Een tijdje geleden stond ik op de padelbaan. Ik stond als een malle te slaan. Alleen vlogen de ballen vooral ver achter de lijn.
Mijn trainer keek me aan en zei: Rust redt. Minder kracht, meer kijken.
En verdomd: de bal bleef ineens wél binnen de lijnen.
Ik moest eraan denken hoe vaak we bij onszelf precies het tegenovergestelde doen. Als iets niet lukt, zetten we meer kracht. Harder proberen, beter ons best doen of nog meer analyseren. Terwijl vertragen soms nodig is om überhaupt te merken wat er gebeurt.
Ook bij patronen.
Waar komen oude patronen vandaan?
Als je zo naar een patroon leert kijken, komt vaak vanzelf een volgende vraag op: hoe is deze reactie eigenlijk ontstaan?
Als kind leer je veel over hoe relaties werken. Wat gebeurt er als iemand boos is? Hoe belangrijk zijn prestaties? Is er ruimte voor wat jij nodig hebt?
Misschien leerde je flink te zijn, hard te werken of goed op anderen te letten.
Dat hoeft niet door één grote gebeurtenis te komen. Juist kleine ervaringen die zich vaak herhalen kunnen invloed hebben op wat je later automatisch doet.
Soms speelt ook de plek die je in je gezin innam een rol. Als je bijvoorbeeld jong veel verantwoordelijkheid droeg voor een ouder of het gezin, kan [parentificatie] relevant zijn.
Andere patronen kunnen zichtbaar worden in pleasen, perfectionisme of moeite met grenzen aangeven.
Ze hebben niet allemaal dezelfde oorsprong. Wat ze wel gemeen kunnen hebben: ooit was er een goede reden voor jouw systeem om op deze manier te reageren.
Hoe merk je dat een patroon verandert?
Terug naar dat korte berichtje van het begin. Stel dat je opnieuw zo'n bericht krijgt.
Oké.
Je voelt de bekende onzekerheid opkomen. Je eerste gedachte is nog steeds: heb ik iets verkeerd gedaan?
Maar deze keer merk je het. Je leest je bericht één keer terug en voelt de neiging om verder te zoeken naar wat je fout zou kunnen hebben gedaan. En dan leg je je telefoon weg.
De onzekerheid hoeft daarvoor niet eerst verdwenen te zijn. Het verschil is dat je opmerkt wat er gebeurt en daardoor een keuze krijgt in hoe je reageert.
Een cliënt omschreef zo'n verandering ooit alsof er een lade was opgeruimd.
Je patroon is niet ineens weg. Maar je kunt beter zien wat er ligt.
En dat geeft ruimte.
Wat veranderd is, is jouw verhouding ertoe: je ziet eerder wat er gebeurt en hoeft er niet meer automatisch in mee.
Patronen doorbreken van binnenuit
Harder je best doen helpt vaak niet om een patroon te doorbreken. Je probeert dan vooral je reactie te veranderen, terwijl er vanbinnen nog steeds iets geraakt kan worden.
Je kunt jezelf natuurlijk voornemen iets anders te doen. Maar als je jezelf dwingt anders te reageren terwijl er vanbinnen iets heel anders gebeurt, ben je vooral bezig jezelf te overrulen.
Verandering van binnenuit begint met herkennen wat er gebeurt. Wat wordt er geraakt? Welke gedachten en gevoelens komen op? Wat merk je in je lichaam? En wat doe je vervolgens bijna automatisch?
Alleen dat kan al meer ruimte geven om anders te reageren.
En soms verandert er nog iets anders. Als iets ouds minder gevoelig raakt, kan ook de automatische reactie minder nodig zijn.
Patronen doorbreken gaat voor mij daarom niet over jezelf beter leren beheersen. Het gaat over meer ruimte en keuze. En soms ook over iets ouds dat niet alleen begrepen, maar ook geheeld mag worden.
Wil je hiermee zelf oefenen?
In mijn online training 'Minder spanning, meer rust en plezier' oefen je met eerder herkennen wat er in je lichaam en binnenwereld gebeurt.
Met korte uitleg, oefeningen en meditaties leer je steeds beter opmerken wat er in jou gebeurt, zonder dat je het meteen hoeft op te lossen of te veranderen.

